Your are in :

Blog

Vanuit de periscoop

by

1:00/1:00
  • 2
  • 4
  • 6
  • 8
  • 1

Deze tekst beweert niet een volledig beeld te verschaffen van wat plaatsvond tijdens de "Hot House" in Neerpelt, maar verstrekt een partijdig en gedeeltelijk beeld, vanuit het gezichtspunt van een recente netwerkpartner - ten persoonlijke titel als curator zowel als kunstenaar. Men kan dit gezichtspunt beschouwen als periscopisch: het is zoals dat vanuit een onderzeeër, dat toelaat te identificeren wat zich aan de oppervlakte bevindt, en ook eventueel een kijk te hebben op wat zich onder het oppervlak afspeelt.

In drie fasen, het onderzoek, de diagnose en de zorg, zal ik trachten te identificeren eerst wat mij markant leek in de persoonlijkheid van de kunstenaars en hun projecten, vervolgens wat de samenkomst van deze persoonlijkheden en projecten kan vertellen over de context en de algemene situatie van de samenleving, en tot slot wat, eventueel, zou kunnen worden verfijnd in de opzet van de Hot House.

Het onderzoek

Bij het onderzoek van de inhoud van deze samenkomst vallen een aantal feiten op.
Het eerste is dat op 16 voorstellingen, slechts 4 vrouwelijke kunstenaars projecten voorstellen. Maar er kan eveneens worden opgemerkt dat geen enkele persoon van niet-Europese etnische afkomst aanwezig is onder de kunstenaars (en behoudens hen, één enkele persoon, lid van het IN SITU team, niet in strikte zin van "Europese" afkomst is), dat er geen kunstenaar is met een zichtbare handicap (behalve sommigen wanneer ze zich in het Engels moeten uitdrukken...), en dat, indien sommige kunstenaars behoren tot de LGBTQI gemeenschap, dit op uiterst discrete wijze is, wat volledig hun recht is. En misschien zelfs voorzichtiger, gelet op de te verwachten toekomst met de heropleving van het conservatisme in de wereld.

Er kan ook worden genoteerd dat de programmatoren en curatoren allemaal enkel in hun eigen land werkzame kunstenaars hebben uitgenodigd. Pogingen in het verleden om uitheemse kunstenaars te selecteren mondden uit op een mislukking, maar zou het niet de moeite lonen om opnieuw te proberen? Het was misschien in de vorige eeuw, in de tijd van de natiestaten?

Maar laten we de eigenschappen van de kunstenaars buiten beschouwing om ons toe te spitsen op de projecten.

text description

Chris Haring / Liquidlof - Wellness © David Payr (http://www.liquidloft.at/)

Meerdere projecten maken gebruik van onze technologische protheses (voornamelijk smartphones) als toegangsmiddelen tot de werken. Vier op centrale wijze, en drie andere als elementen die in aanmerking kunnen komen voor de perceptie van het werk op één of ander vlak. Dit is ver van de meerderheid van de projecten te vertegenwoordigen, maar gezien de relatieve nieuwigheid van deze trend, en het feit dat we niet allemaal "geboren zijn met de digitale wereld", valt het ons op.

Verschillende andere projecten zijn gericht op de idee van de gemeenschap, waarmee we werken, of die we bouwen, zoals het "dorp" ontworpen door Bas van Rijnsoever, of de internationale stam die Franklin Roulot oproept, of een tijdelijke gemeenschap verenigd om samen te slapen op aanstichting van Vera Maeder...

Meerdere projecten worden - althans in het stadium van de schets van de Hot Houses - aangekondigd als "experimenten" met het publiek, en soms zelfs "sociale experimenten" - waarbij moet worden opgemerkt dat in dit stadium, de toestemming van de publieken niet werd gevraagd.

Verschillende projecten onderscheiden zich door hun mobiliteit, hun ambulante karakter. Deze trajecten voor de toeschouwers zijn doorgaans strikt omgrensd: al stappend met Laure Terrier, in een wagen met Dukagjin Podrimaj, met een mobiele telefoon die dikwijls dienst doet als gids of interface (in het bijzonder bij Mark Etc, Mesut Arslan, Bas van Rijnoever, Daniel Marcus Clark…)

Een aantal andere projecten wilt een mythe, een identiteit of een cultureel erfgoed in vraag stellen of opnieuw uitvinden - wat de noodzaak aangeeft van een dergelijk gemeenschappelijk denkbeeld.
Sommige projecten steunen op de deelname van de toeschouwer, maar deze deelname kan variëren van het "gebaar" van de deelname dat we maken als we bijvoorbeeld onze digitale prothese boven halen, tot een beduidendere inzet, zoals slapen met mensen die ons onbekend zijn (Vera Maeder) of ons geld uitgeven aan een gemeenschappelijk project waar we niets van weten (Seth Honnor).

We zien ook dat ongeacht het belang van de digitale technologie, vijf projecten (die van Chris Haring, Franklin Roulot, Thomas Chaussebourg, Tørbjorn Davidsen, Laure Terrier) nog steeds op centrale wijze beroep doen op de lichaamstaal; erfenissen en transmissies op dit niveau zijn hardnekkig, zoals het onderwijs van Eugenio Barba of van Julyen Hamilton, de "contact improvisatie", de "body mind centrering" of het "fysieke theater", naast nieuwe praktijken zoals "parkour/free running".

text description

First Life © Ici-Même (http://icimeme.info/)

Op een bijna traditioneel geworden manier op het vlak van de hedendaagse kunst, verklaren talrijke kunstenaars (vervoegd door operatoren) een "tussen"-zone te willen inpalmen, naar het beeld van de installaties van Sara Leghissa. Tussen privaat en publiek, tussen fictie en werkelijkheid, tussen acteur en toeschouwer, tussen burgerschap en cultuurparticipatie.

 Slechts twee projecten (die van Richard Wiesner en Chris Haring) pakken direct het probleem van de taal aan, een kwestie die van cruciaal belang blijft in het Europese kader. Voor de anderen, wordt weinig geraakt aan de manier waarop de taal wordt geproduceerd of gecommuniceerd, of aan vertaalkwesties.

 Twee projecten (die van Thomas Chaussebourg en Tørbjorn Davidsen) omvatten paarden, en een derde een varken. Uiteraard is dit varken geen levend dier, maar eerder een spaarpot (Seth Honnor). Maar deze reusachtige spaarpot heeft een onbeheersbare dimensie die het dier benadert. Het is interessant deze (her-)verschijning van het dier en hoe dit ons ondervraagt vast te stellen. Dit is iets dat ook aanwezig is in het hedendaagse circus evenals in de filosofie (Donna Harraway, Vinciane Despret): we beginnen ons te beschouwen als mensen met, en niet gescheiden van de andere wezens.

De diagnose

Wat vertellen deze waarnemingen, niet over de projecten zelf, maar over de manier waarop de kunstenaars onze actualiteit zien en weerspiegelen?

Hoe moeten we interpreteren dat zo weinig vrouwen zich uitdrukken? Het is een veel voorkomend verschijnsel in de samenleving dat mannen de neiging hebben om het woord te monopoliseren, maar het is verrassend in een theoretisch progressieve omgeving als de kunst. Blijft de openbare ruimte werkelijk een mannenkwestie? We weten dat het potentieel riskanter is voor een vrouw om alleen te zijn in de stad, en dat veel mensen blijven denken dat de "natuurlijke" plaats van de vrouw aan de haard is. Maar dat lijkt niet overeen te stemmen met wat een netwerk als IN SITU wil verdedigen...

De aanwezigheid van smartphones, ontworpen als verplichte verlengstukken van het lichaam, lijkt soms te behoren tot een gemeenplaats: "iedereen" beschikt over deze prothese, men kan zich het leven niet meer voorstellen zonder deze prothese, het bezit van een smartphone behoort bijna tot de rechten van de mens... Een noemenswaardig en interessant effect van deze benaderingen is dat ze het "vrije" gebruik van zijn persoonlijke smartphone - die zich zo vaak als een niet door de kunstenaar beheerste mediatie voordoet - verhinderen, gezien de hand, of zelfs het toestel, al ingepalmd is door de door de kunstenaar aangereikte tool.

De door verschillende kunstenaars uitgedrukte behoefte van een wederopbouw van de mythen (Daniel Marcus Clark), van de rituelen (Tørbjorn Davidsen), van het werken aan een gemeenschappelijk denkbeeld, gaande van onze beleving van de grenzen (Dukagjin Podrimaj) tot de trauma van de wreedste kinderliedjes (Angie Dight), lijkt op het eerste gezicht een zeer positief idee. Maar schuilt er niet, achter deze behoefte van het herscheppen van zekerheden, van een gemeenschappelijke taal, van een "traditie", een vorm van een ietsjes hipster nostalgie, door het waarderen van wat oud lijkt omdat het geruststellend zou zijn? Manifesteert dit ook niet een angst voor het onbekende, die kenmerkend is voor onze hedendaagse "globale stad"? Waarom, in deze stad, waarvan de socioloog Eric Corijn stelt dat ze de ontmoetingsplaats van de verscheidenheid is, waar men door de andere wordt veranderd, een gemeenschappelijke band willen herstellen? Waar zijn we bang van?

We hebben ook vraagtekens bij het begrip van de manipulatie van het publiek, bedacht als materiaal in plaats van ontvanger van het werk. Dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat in dit stadium de projecten nog zeer theoretisch zijn (en dus ook het publiek), maar er ontstaat een zeker ongemak de kunstenaars soms te horen spreken over het publiek als een kneedbare klei. Als participatieve benaderingen in de afgelopen jaren hebben toegelaten boeiende werken te scheppen, zoals meerdere operatoren hebben aangestreept, is het belangrijk eraan te herinneren dat de participatie ook een middel is geweest dat door totalitaire regimes werd gebruikt om de massa's beter te controleren.

Sommige projecten waren echt verankerd in het "hier en nu" van de stad, maar als we het geheel analyseren, streefden 9 van de 16 naar het opleggen van een nieuwe "denkbeeldige" realiteit, in plaats van de magie van het dagelijkse leven te onthullen. Moeilijk te zeggen, voor een nieuwkomer in het netwerk, of het hier gaat om een tijdsgebonden trend dan wel om een recidief in de openbare ruimte. Opvallend was dat deze denkbeeldige werelden nauwelijks werden opgezet als harmonieuze ruimtes, maar als net zo gewelddadige als onze door de crisissen getekende wereld. Er heerste kindermisbruik (Angie Dight), de mogelijkheid van een plotselinge verdwijning (Ambrus Ivalyos), de ervaring van het verlies van de vrijheid (Dukagjin Podrimaj), gewelddadige situaties van marginalisering (daklozen, illegalen, bij Mark Etc...). Maar het vaakst nodigden de projecten ons uit om een "tweede leven" te leven, vergezeld of niet van onze digitale prothese.

Tot slot, wat frappant was, maar misschien heeft dit ook te maken met de hoedanigheid van schets van de projecten, was dat zeer weinig projecten de openbare ruimte op "fysieke" wijze aanhaalden. Alsof de materialiteit van de openbare ruimte werd vervangen door de mensen - de lichamen van de mensen. Alsof de openbare ruimte in de eerste plaats bestaat uit mensen, en door de kunstenaars in de eerste plaats wordt bedacht als een sociale ruimte.

text description

Strasse (Sara Leghissa) - Drive in

De zorg

Er moet eerst worden aangestipt dat de hoffelijkheid van de uitwisselingen en de tijdens de Hot House gestelde regels toelaten dat deze uitwisselingen in geen enkele mate kwetsend zijn. Maar zoals in één of twee gelegenheden (waaronder de mondelinge presentatie van deze tekst) werd gezien, kunnen levendigere debatten eveneens interessant blijken. Uit dien hoofde is er niets te "verzorgen" in de eerder efficiënte inrichting, maar enkele aanbevelingen kunnen deze misschien nog verbeteren.

"Stop met praten" zou een interessante suggestie kunnen zijn. De enkele voorbeelden van acties die plaatsvonden tijdens groepsdiscussies, waarbij de uitleg geleverd werd aan de hand van acties (zoals voor het project van Chris Haring), zijn vaak zeer verhelderend gebleken.

Concrete, materiële voorbeelden, zijn vaak ook een manier om wazig lijkende concepten sneller te verduidelijken: zo bijvoorbeeld wierpen de eenvoudige fysieke voorbeelden verstrekt door Mesut Arslan bij de voorstelling van zijn project dat plaatsvindt in een station, het licht op wat tot dan zeer theoretisch leek.

Ik denk ook - en dit is een persoonlijke mening - dat de in dit kader uitgenodigde kunstenaars er baat bij zouden hebben zich meer de vraag te stellen van de in het netwerk vertegenwoordigde Europese talen, en welke uitdagingen dit op artistiek vlak vertegenwoordigt. Niet om het probleem te omzeilen door het weglaten van de woorden, maar om het begrip van de vertaling als inspiratiebron aan te wenden.

Het streven naar een grotere pariteit en vertegenwoordiging van minderheden blijft hangende en zou misschien een gezamenlijke inspanning verdienen. Als het er niet om gaat per se een perfecte politiek correcte artistieke vertegenwoordiging te bereiken, zou een proactief beleid op dit gebied, in het bijzonder bij de keuze van de uitgenodigde kunstenaars, er misschien kunnen toe leiden dat deze representatiever van de samenleving zouden zijn, zowel op het vlak van het geslacht als van de herkomst. Als het Angelsaksische "politiek correcte" bepaalde storende aspecten kan hebben, slaagde het er toch in om de vertegenwoordiging van minderheden in de kunstwereld te verhogen.

Naar mijn mening was het ook jammer de standpunten van de programmatoren en directeurs niet meer te horen, vooral wanneer zij de door hen uitgenodigde kunstenaars voorstelden. De uitwisseling zou meer kracht kunnen hebben indien de operatoren op een duidelijkere manier zouden uitkomen voor hun esthetisch, politiek en sociaal standpunt.

Het lijkt mij ook dat er veel ruimte door de kunstenaars vrij wordt gelaten "rond" hun projecten, een precies door de realiteit van de programmatoren "in te vullen" ruimte - zelfs als uiteindelijk de projecten niet zullen worden opgenomen in hun kaders. Het zou waarschijnlijk wenselijk zijn het gebrek aan concreetheid van meerdere projecten vaker of sneller te confronteren met de verschillende realiteiten die door de programmatoren in hun specifieke contexten worden ervaren.

Tot slot lijkt het mij de moeite de kwestie van de kritiekruimte, van een minder systematische "aardige" bezinning, te opperen. Zonder op de vuist te gaan, is er, naar mijn mening, waarschijnlijk een middel om minder gladde discussie-ruimtes op te zetten, voor zover de moderators bereid zijn om soms als "aanstichters" op te treden. Als zodanig zou het interessant kunnen zijn dat de tussenkomst van de buitenstaander/verslaggever niet wacht tot het laatste moment om zich uit te spreken, maar bijvoorbeeld elke dag afsluit - om het debat van de volgende de dag te voeden.

text description

Dukagjin Podrimaj (Teatri ODA) - Free World Street